Een divers land met een contrastrijk volk.
Afgelopen week ben ik enkel naar openingen, feestjes en verjaardagen geweest, waar ik de meest uiteenlopende mensen heb ontmoet. Kulli vierde na drie jaar hard werken de opening van haar nieuwste hotel, ‘Hotel Telegraaf ’. Ontegenzeggelijk een beeldschoon hotel en een biezondere prestatie. Iedereen is vooral onder de indruk van de stijlvolle zwarte lobby die toch heel ruim oogt en biezonder licht is. De opening werd gedaan door de Estse president en vele andere waarschijnlijke ontzettend belangrijke mensen waren aanwezig. Champagne, zwart geld, en dikkenekken. Helemaal mijn stijl , ik voelde me ook ontzettend op mijn gemak aldaar..
Kulli kan dat veel beter dan ik en ik liet haar maar begaan en tewijl zij door de een na de andere hotemetoot gefeliciteerd en gecomplimenteerd werd, liet ik me langzaam naar de achtergrond verdwijnen en vluchtte ik naar de lobby waar er nog gerookt mag worden. Daar raakte ik , smokers unite, in een biezonder boeiend en geanimeerd gesprek met een kerel die uiteindelijk de Estse representant van Unicef bleek te zijn. Het gesprek ging via de nieuwe anti-rook regelgeving per 17 juni, naar de culturele waardes van treistations, richting de Pronkssodu, intimidatie, propaganda, maatschappelijk belang en identiteitskwesties.
We waren inmiddels al een pakje marlboro’s verder eer het over werk ging.Mijn ideeen en mijn achtergrond betreffende de zorgverlening voor gehandicapten sprak hem aan en hij stelde me voor aan de presidente, een biezonder mooie en charmante dame die enkel duits sprak. Met hem als tolk en ik op mijn beste duits bespraken we de mogelijkheden voor een zorgboerderij of een activiteitencentrum of iets in dien aard, in Tallinn, een concept wat hier volledig onbekend is. Toen er uiteindelijk kaartjes werden uitgewisseld en een afspraak werd gemaakt voor begin juni om elkaar te ontmoeten, begreep ik opeens dat ik keihard aan het netwerken was. Geen idee wat dit gaat opleveren, maar het zou toch mooi zijn als ik mee kon helpen bij het opstarten van iets zinvols in Tallinn
De avond erna was het de opening van het hotel voor het klootjesvolk. Ik kon er helaas, he jammer, niet bij zijn, want ik had ‘s avonds mijn afsluitend examen voor mijn talencursus Ests. Een 7.8, ik ben niet geheel ontevreden..
Om dit te vieren ( er waren geen onvoldoendes ) zijn we naar mijn all time favourite kroeg ‘ Hell Hunt’ gegaan. Een biezonder gezellige avond. De dag ervoor was ik chauffeur, maar heel wijselijk was ik vandaag niet met de auto gekomen. Na een paar pintjes belde Kulli me om te zeggen dat het feest in Telegraaf over was en ze cocktails ging drinken in haar andere hotel met een vriendin. Mijn vriendjes en vriendinnetjes gingen naar huis en ik liep richting ‘Hotel Euroopa’. Geen spelfout, zo schrijven ze dat hier.
Eenmaal aangekomen trof ik een scene uit een maffia film aan. Een chique lege lounge, naast vijf vadsige mannen in pak aan tafel met opgezwollen koppen die Kulli en haar vriendin omringden, de tafel vol met omgevallen glazen, literflessen vodka en roze champagne. Veel gebral en een nerveuzig gegiechel vanuit de vrouwelijke hoek. Ik kuste mijn lief gedag, de mannen namen me aandachtig op en besloten me te negeren, toen ik vol zelfvertrouwen van mijn 7.8 ze gedag zei.
Ik schoof aan, naast Valentina die me voor wilde stellen aan een van de heren naast me. Hij was uiteraard niet geinteresseerd maar bleef champagne inschenken voor haar. Ze vertelde hem dat ik een Nederlandse kunstenaar was waarop hij schamper zei dat hij mijn werk weleens wilde zien. Punt is, dat ik mijn portfolio immer meedraag, ik zat nog te twijfelen of het in deze situatie wel zinvol en gepast was, maar vol goede moed van gisteren en als leuk onderwerp van gesprek toonde ik hem mijn map. Hij bladerde het door, maar was niet onder de indruk en vertelde dat hij kunst nutteloos vond.
Prima, dacht ik. Ik had geen zin in discussie, of jawel eigenlijk altijd, maar had wel door aan zijn zweterige voorhoofd, de natte afdrukken van zijn vingers op mijn map en zijn rooddoorlopen ogen dat het gewoon een vervelende rijke dronken dikke patser was, die meer geinteresseerd was om mijn tafelgenotes mee naar huis te nemen dan een debat aan te gaan over aestethiek en de cultuurwaarde van schoonheid. De dikke patser en Valentina gingen met elkaar in discussie in het Ests. Kulli zat aan de rand van de tafel verderop met een andere dikke patser in gesprek. Nog dikkere, echt veel dikkere rijke dronken patser komt aanlopen, of nee waggelen is het woord en roept me bij zich, om mij een glas in te schenken. Ik sta bij hem en het wordt een beetje oude jongens krentebrood sfeertje waarin hij zijn ziel en zaligheid aan me blootlegt. Olie en vastgoed zijn een verloren zaak, de beste hoeren zijn in Kazachstan en Georgia, en hij houdt van iedereen, vooral van mij, want ik ben zijn vriend. We proosten een boel samen en ik wil onderhand weg want ik heb het helemaal met hem gehad, vooral zijn continue consumptie in mijn gezicht begint me tegen te staan. Als ik achter me kijk zie ik Kulli opstaan en weglopen, ik vermoed naar het toilet. De zweterige dikke patsers proberen haar op hun schoot te krijgen, maar Kulli charmant als ze altijd is, lacht vriendelijk en duwt de nogal opdringerige handen van zich af. Ze wenkt me nogal dwingend dat het tijd is om te gaan.
Echter, het gesprek aan tafel begint verhitter te raken. De overgebleven patsers bemoeien zich met het gesprek van Valentina, wat nog steeds over aestethiek blijkt te gaan, zo vertaal ik. Ik vang dingen op in de trant van, vrouwen kunnen niks, kunst is geldverspilling en wat doet die nep-kunstenaar hier, laat hem oprotten naar zijn eigen land. Valentina, ik ken haar al enkele jaren, staat haar mannetje, ze is bijzonder kalm en probeert rustig uit te leggen aan deze zakenlui dat ze er niks van snappen, dat kunst en schoonheid de mensheid redt en zij slechts domme rijke rukkers zijn. Mijn pasverworven nieuwe beste vriend stormt briesend aan en wil haar te lijf gaan.
Ik ben op slag broodnuchter, werp mezelf ertussen en probeer hem te kalmeren. Hoe dronken hij ook is, hij begint in het Engels te schreeuwen tegen Valentina dat zij mij moet vertellen wat ze juist zei in Ests tegen hen. Ik vind het een beetje onsamenhangend verhaal van hem, vind die hele vertaalslag niet nodig, maar neem zijn postuur en dreigende houding zeer serieus. Hij spuugt en wijst , schreeuwt en probeert haar vast te grijpen. Ik hou hem en de tafel tegen, kijk hulpeloos rond, maar de rest van de groep vindt het biezonder vermakelijk dat hun kameraad door het lint gaat. Het wordt lelijk op het moment dat ze hem negeert en mijn beste, zware vriend begint te roepen dat ze een stomme hoer is, dat ie dr zou kopen om dood te neuken en in elkaar te timmeren. Ik ben inmiddels al die tijd bezig de rinkelende telefoon in mijn broekzak te negeren, Valentina te vertellen dat we moeten gaan, mijn vriend met mijn arrmzalige 80kg in bedwang te houden en onze spullen bijeen te zoeken. Ze wil niet mee. Ze weigert gewoon, ze vind dit het juiste moment om deze groep gorilla’s te vertellen dat hun leven leeg en nutteloos is met hun dikke portemonaiie maar gebrek aan smaak. Ik laat mijn vriend los en pak Valentina bij de arm en werk haar via de meute de deur uit. In de lobby aangekomen, barst ze in huilen uit en vertelt me dat Kulli en ik de wereld mooier maken maar dat deze mannen, varkens zijn het allemaal, dat niet snappen. Ik ben daar inmiddels ook achter maar probeer haar duidelijk te maken dat het buiten wellicht een betere plek is om de avond te evalueren.
Mijn telefoonaccu heeft het, om dingen interessanter te maken, begeven en Kulli is nergens te bekennen. Ik vraag Valentina haar te bellen maar die is weer in discussie gegaan met de mannen die ons gevolgd zijn. Vanuit de perspex deur zie ik mijn grote vriend weer aan komen stormen dus ik trek Valentina de tent uit. Buiten staat een auto te wachten waar ze me induwt. Dat blijkt een vriend van haar te zijn die haar zou thuisbrengen, maar ik ben mijn lief kwijt en stap de wagen uit om haar te gaan zoeken, waar dan ook. Valentina probeert mij nu de wagen in te trekken om me thuis te brengen. Het is allemaal vrij verwarrend en na ernstig aandringen van mijn kant, belt de chauffeur met zijn telefoon Kulli, die niet weet waar ze is en ergens al een half uur in een taxi verderop blijkt te zitten in een soortement van shocktoestand. Haar taxichauffeur heeft er ook al een zware dag opzitten, kan niet uitleggen waar die geparkeerd staat en we rijden een half uur lang rond het hotel om de groep compleet te krijgen.
Het bleek uiteindelijk dat de mannen Kulli kende omdat ze de geldschieters waren van dit hotel en dat Kulli was vertrokken, hopende dat we zouden volgen, nadat ze beledigd werd door een van de kerels.
Het was allemaal niet zo dramatisch, hoogstens reuze spannend, en de volgende dag kreeg Kulli al telefoontjes met excuzen en verontschuldigingen.
Zoals ik zei, vrij contrastrijk, en dan ben ik pas op een dinsdag..
Volgende keer meer.