Archief voor november 2007

Into the deep..

november 18, 2007

img_0211.jpg

Feitelijk zou ik mijn verhaal over Venezuela verder moeten schrijven. Maar het is inmiddels al weer twee weken geleden dat ik terug in koud Estland arriveerde. Op mijn slippers. De piloot vertelde ons doodleuk in het vliegtuig dat de winter vroeg in Estland was aangekomen en het -2 was.

Ik zou verder kunnen vertellen over bruiloft, de surf avonturen van mij en Kulli. Hoe we ingeleid werden in deze subcultuur door de Duitse Thomas, die ons hielp met onze eerste schreden te water. Over de hoeveelheden light bier die ik naar binnen heb gewerkt terwijl Kulli aan de cocktails was, maar dat het jammer genoeg geen Mango seizoen was. Over de avonturen met gestolen, of was het verloren, telefoons, over mijn activiteiten in het zwarte wisselcircuit en de boeken die ik heb gelezen terwijl ik mijn strandstoel steeds een paar centimeter richting schaduw verplaatste, maar twee weken Venezuela is vervloeid in een soortement van gelukzalig gevoel terugdenkend aan deze vakantie. We zijn nog drie dagen naar Caracas geweest, ondanks de waarschuwingen van eenieder, maar Sigfredo en Santos hebben ons de stad laten zien, de bergen, de parades, de protesten en de rellen.

In Estland aangekomen was het al weer gauw over op de orde van de dag. Ik had in Venezuela, die ene keer dat ik mijn email checkte, je blijft freelancer nietwaar, een berichtje ontvangen van de Blauwe Barracuda’s. Diezelfde, die me een maand daarvoor beleefd niet aannamen voor een baan als designer. Het tij was klaarblijkelijk gekeerd en ik kreeg die baan nu, in principe, op een presenteerblaadje aangeboden. Ik was vrij snel over mijn gekrenkte trots heen.

Vorige week maandag was mijn eerste dag. Het is een leuk jongensclubje, zes man, hele geschikte kerels, die allemaal achter schermen zitten, snoeiharde muziek draaien en de hele dag computer spelletjes spelen en cola drinken. Ondertussen komt er nu en dan een opdracht binnen die a la minute afgemaakt moet worden. Deadlines van 20 minuten ofzo. Ze hebben een redelijk indrukwekkende staat van dienst: TGI Fridays, Dunkin Donuts, T-mobile, Xerox. Ik ben de enige ontwerper in Tallinn, voor de rest zijn het allemaal analysten, html’er, action scripters en weet ik veel wat. Ik heb geen idee waar hun de hele dag zo druk mee bezig zijn, iets met internet, maar als zij het zelf weten, dan lijkt me dat afdoende. Als ik het vraag krijg ik een stortvloed van termen en afkortingen en lange zinnen met woorden waar ik nog nooit van heb gehoord en verhalen die ik echt, absoluut niet begrijp. Het zijn een beetje tovenaars. Als ik een probleem heb met mijn computer, dan zijn zij in staat om in een soort van geheimtaal dat binnen twintig seconden op te lossen.

Zoals mijn baas zei: ik heb een te hoge opleiding genoten voor dit soort werk waar ik nu mee bezig ben. Een beetje photoshoppen, spatieringen aanpassen, plaatjes plakken, zo nu en dan een compositie aanpassen. Maar ik vind het voorlopig niet erg, omdat er in de toekomst ruimte is in de organisatie voor een daadwerkelijke ontwerper, art director. In de tussentijd kan ik mooi mijn computerkennis aanscherpen en fijn experimenteren met websites bouwen en Flash leren.

Iets minder leuk, was om mijn schooltje te vertellen dat ik ermee ophield. Gelukkig had ik al eerder aanggegeven dat ik niet helemaal happy was met mijn baan, dus het kwam niet echt onverwachts. Ik vertelde mijn baas, dat het voor iedereen, en vooral voor de kinderen beter was als er een capabele leraar Engels in mijn plek zou komen. Tot 1 december ren ik op en neer van de binnenstad naar de haven om beide jobs te combineren. Daarna kan ik me fulltime richten op mijn toekomstige baan als ontwerper.

Het is wel cru, want uiteindelijk heb ik nu het idee dat ik de kinderen echt bereik. Ze zijn rustiger, luisteren soms echt naar me en doen tegenwoordig hun huiswerk. Maar ik heb geen plezier in het vak, terwijl ik vol enthouisisasme naar de Blauwe Barracuda’s ga. Ik houd wel mijn kunstklasjes aan, de BB starten pas om 11 uur ’s ochtends en houden ermee op rond 1930, omdat zij dezelfde klok aanhouden als in London, waar hun hoofdkwartier zit, dus ik kan prima van 9 tot 10 die twee dagen in de week, mijn kinderen blijven onderwijzen in de meer schone zaken des levens. Want daar heb ik dan weer wel lol aan.

Het thuisfront heeft er nog even moeite mee, dat ik zo laat in de avond pas arriveer in verband met het eten, maar daar vinden we logistiek gezien, vast wel een oplossing voor. Op de Drie Weitjes aten we ook zelden voor acht uur.
Het duurt eventjes, maar ik heb het dus eigenlijk uitstekend naar mijn zin, alles lijkt een beetje te gaan kloppen met de vooruitzichten die ik voor ogen had voor vertrek. Samenwonen met mijn lief, een leuke baan met attractief salaris ( voor Estse begrippen) , een warm nest en plezier met mijn dames. Zo nu en dan een illustratie opdrachtje, mijn atelier houd ik aan voor die avonden en weekends dat ik wil schilderen. En mijn auto rijdt nog steeds, met ests nummerplaat, en voor het eerst in zijn leven op winterbanden..

Dag vijf te Venezuela.. part I

november 7, 2007

dsc05239.jpgdsc05239.jpgdsc05239.jpgdsc05239.jpgdsc05239.jpg

dsc05239.jpgdsc05239.jpgdsc05239.jpgdsc05239.jpg

Eerste impressies, alsof er opeens een paardendeken over je heen gegooid word. Warm, droog, heet en een ontzettende teringzooi. Zelden zo’n bende gezien. Ik zit hier te Isla de Margerita, en dat hoort, zo word mij verteld, vanwege het toerisme toch een van de betere gebieden te zijn. Het is ook welvarend, het kent geen echte armoe, de huizen zijn in principe van blik, maar er staat wel een schotel op het dak en iedereen loopt rond met een mobieltje. Ik heb hele verhitte en eerlijke gesprekken gehad met diverse locals over de situatie in het land. Het schip is zinkende, Juan, mijn vriend alhier gaat ook binnenkort met zijn vrouw emigreren naar Australie.De president die zich over een paar weken tot koning laat kronen, koerst dit land rechtstreeks naar de verdoemenis, maar daarover later meer.

Het land mag dan een gigantische vuilnisbelt zijn, de mensen zijn ontzettend vriendelijk. Zo nu en dan word je afgezet voor een paar Bollivares, maar wat een warmte, wat een rust en vriendelijkheid. Omdat Juan uiteraard bezig was met zich druk te maken over de bruiloft, werden we opgehaald door zijn beste vriend Santos, ook architect en ook een ontzettend aardige kerel, met tandpasta glimlach. Hij had een appartement voor ons geregeld ergens in de binnenwijken van de stad voor een paar honderd dollar. Na een kleine twaalf uur vliegen, wist ik niet meer hoe ik moest zitten, en ondanks het feit dat ik toch voornamenlijk met mijn ogen dicht in het vliegtuig zat, sliep ik zodra ik lag. De volgende ochtend, 7 uur, want ondanks de airco is het gewoon te warm om te slapen, zijn Kulli en ik op avontuur gegaan.

Dat wil zeggen, de straat uitgelopen, richting kust. Oh, wat een idylle!

Het vissersdorpje lag aan de overkant, huisjes gemaakt van bananenbladeren, vermolmde schepen langs de weg en bont gekleurde boten in het water met grote pelikanen die trots op de bootrand waken. Oude, diep gegroefde, inlandse, mannen die in de schaduw van de palmbomen een visje roosteren boven een kampvuurtje en de netten controleren. Olievaten die dobberen aan de kust, autowrakken in de bosjes, gemutileerde honden die rondhinken, blote kindjes die spelen tussen de vuilniszakken en overige huisraad, gedumpt in de bosjes en boven alles een overheersende penetrante kadaverlucht.

Marieke heeft in India en Somalia beslist erger gezien, maar voor mij was het redelijk shockerend.

Iets verder staan er trots grote hotels met marmeren entrees en romantische design loungebars, maar de overtocht daar naar toe heeft stukken meer indruk gemaakt..

 

 

Zoals gezegd, het is een puinhoop, de mensen zitten op straat, uit ieder huis en auto klinkt samba, alsof er voortdurend een soundtrack speelt, de trompetten begeleiden je overal. Wat ik dan weer fantastisch vind, is dat alles geschilderd is, op de winkels, bussen en huizen staat overal tekst. Voornamenlijk propaganda en corpus cristi’s, ik geniet op volle toeren.

 

De grote hotels vermijdend, en nadat we ons geinstalleerd hadden op een, wat ons leek, lokaal strandje, ontbeten en gezwommen hadden, begaven we ons weer terug naar het appartement. Santos haalde ons op met de taxi en we gingen richting het restaurant waar het burgerhuwelijk plaatsvond. De hele familie omarmde ons gelijk. In Venezuela hug je de mannen en kus je de vrouwen een keer op de wang, bij wijze van spreke als ze naar het toilet gaan en als ze weer terug komen, alsof je had verwacht ze nooit meer terug te zien.. Dit feest was eigenlijk voor la familia’s, maar wij als Europese gasten mochten ook aanwezig zijn. Voor de rest zat het vol met Juan’s en Patricia’s, die Argentijnse is, families. Na de korte ceremonie begaven we ons rechtstreeks naar de eettafel waar we overvloedig hebben gegeten en gedronken. Ik heb de bodem van mijn glas niet gezien, want het meisje van de bar bleef rennen om mij van mijn cervezas te voorzien.

 

Iedereen wilde met ons spreken en ik heb biezonder veel mooie vrouwen gezien, gekust en gesproken. De nationale sport blijkt foto’s schieten te zijn, en ik verwacht ook binnenkort in menig foto-album amicaal omarmd, met willekeurig wie, te pronken. Na de fotoshoots, zijn Kulli en ik, een beetje tipsy, naar ons appartement gegaan voor een kleine siesta want twee uur later werden we verwacht in een andere bar om verder te gaan met het feest. Het was een overgedesignede loungebar waar geen familie maar enkel vrienden welkom waren. Ik ging dapper door met de cervezas en Kulli aan de cocktails. We hebben met verscheidene mensen gesproken en het was reuze gezellig en laat.

 

De volgende ochtend belde Santos om 0630 ons op om te vragen of we mee naar het strand wouden gaan. Dus na een korte douche in de taxi, richting El Yaque, een half uurtje verderop. De reden voor dit idiote tijdstip is me inmiddels duidelijk geworden. ’s Ochtends zijn de temperaturen wat aangenamer, rond een uur of twee ben je doelbewust bezig te verbranden en kun je niet eens fatsoenlijk lopen op het strand. Na een paar uurtjes zijn we richting de Mall gegaan om voor mij een Guayavera te vinden; de typische blouzen die je op een bruiloft hoort te dragen, diezelfde stoere blouzen die de latino-gangsters altijd alleen maar met het bovenste knoopje dicht doen. Aldaar gegeten, biezonder lekkere Empanadas en ons cadeautje laten inpakken. Omdat ons appartement een apart watersysteem heeft en niet de hele, zoals deze dag, water heeft zijn we bij Santos en Rosalie wezen douchen om daarna naar de kerk te gaan voor de trouwerij.

 

Dat was nog een goed half uur met de taxi door een verlaten woesternij. Het leek schier onmogelijk om hier een leuk romantisch kerkje te vinden, maar die was er toch. Vanwege de hitte werden de ramen van de kerk tegen over elkaar opengezet, en dat gaf een hele rare sfeer, mooi wel. Een beetje aards religieus; de wind die suist en uitzicht op palmbomen in plaats van een altaarstuk. Wie heeft er ook houtsnijwerk of een drieluik nodig als moeder natuur hierin kan voorzien? Jammer wel, dat er twee pipo’s, met flitsers op verlengstokken rondliepen rondom de ceremonie en de boel zo een beetje ontkrachtten. Het leken net twee overactieve, verdwaasde misdienaren met een zwarte kaars. Na het ja-woord liep het pasgetrouwde stel naar buiten waar een lokaal drumbandje de hele boel begeleidde en iedereen ze kon feliciteren, en jawel, nog meer foto’s kon maken.

 

 

Daarna was het proppen om met z’n allen in de gereed staande bussen naar de stad te rijden alwaar het feest zou zijn. Een receptie, doen ze niet aan, te statisch denk ik. Maar er was genoeg champagne en te eten. Wat een luxe, wat een festijn, en wat een setting! Aan de kust, houten vlonders, verlichte palmbomen, een zwoele avondbries, biezonder mooie wulpse vrouwen en evenzo gekleed, alle mannen in stijlvol smetteloos wit tenue en samba alom. Ik had het idee dat ik in een tropische romantische comedy zat. Het enige wat ik miste, maar wat wel het plaatje compleet maakte, was dat er enkel cocktails geschonken werd en ik dus noodgedwongen aan de Daiquiri’s moest inplaats van mijn cerveza’s..

 

De avond ervoor had ik al kennis gemaakt met Sigfredo, een boom van een Venezuelaan, producer van mainstream reclamespotjes die zojuist zijn eerste avondvullende Venezuelaanse actie comedy had afgerond. Een ontzettende geschikte kerel, en zoals ik, filmgek, dus we konden het uitstekend met elkaar vinden. Hij stelde me aan iedereen voor en leverde de sigaren voor die avond. Zoals het de Venezuelanen betaamt, hebben we ons de met de heren, de hele avond ontzettend masculien gedragen, terwijl de vrouwen, zelfs Kulli, tot mijn grote schrik en vreugde, ons empanada’s, oesters en anders lekkers brachten. Het was een mooi feest met veel muziek, drank, dans en plezier.

 

 

De volgende ochtend was er een soort van half om half afspraak voor een afterparty om 7 uur ’s ochtends in het zwembad van Santos appartement. Dat was natuurlijk grootspraak en het werd negen uur. Kater of geen kater, het bed ligt vrij ongemakkelijk in de zinderende hitte. Het zwembad was niet echt een verbetering, want het was zulk warm water, het was gewoonweg niet verfrissend. Daarna met iedereen wezen eten in een lokaal visrestaurantje en een siesta gehouden. ’s Avonds nam Juan uiteindelijk zijn telefoon op en zijn we met een stel wezen eten in een, voor Venezuelaanse begrippen, redelijke Italiaanse tent.

 

De volgende ochtend zijn we op ieders aanraden naar El Yaque gereden om daar de Catamaran richting het eiland Koche te gaan. De catamaran ging echter niet, en met zo’n hitte op een vissersbootje dat eind af te leggen, dat zag ik niet zitten. Dus het werd verzet naar morgen. Dit zou een leitmotiv voor de vakantie worden.. Omdat we er toch waren en hadden besloten een sportief koppel te worden, gingen we op windsurfles. De les was nauwelijks nodig, want het bleek dat we natuurtalenten waren en alras scheerden we over de golven alsof we nooit anders deden.

 

Dodelijk vermoeid en na enkele cocktails naar Sambil, Margarita’s grootste mall gegaan, om naar Iphones te zoeken en voor het eerst van mijn leven een fatsoenlijke zonnebril aan te schaffen. Ik wou er gewoon een van een tientje op het strand bij zo’n man met kartonnen bord, maar Kulli vond dat ik moest investeren in mijn uitstraling. Na vier winkels uiteindelijk de bril gevonden die mijn persoonlijkheid paste. Ik heb de bril, nu nog een motor en een snor en ik ben precies die kerel van ’Cops’! Sigfredo en zijn vriendin Adriana hadden hun ticket verzet, zodat we diezelfde avond in een biezonder charmante bar op de klif aan het strand met hen nog meer cocktails konden drinken en de zonsondergang hebben kunnen zien..

 

 

Tot zover, later meer….