Feitelijk zou ik mijn verhaal over Venezuela verder moeten schrijven. Maar het is inmiddels al weer twee weken geleden dat ik terug in koud Estland arriveerde. Op mijn slippers. De piloot vertelde ons doodleuk in het vliegtuig dat de winter vroeg in Estland was aangekomen en het -2 was.
Ik zou verder kunnen vertellen over bruiloft, de surf avonturen van mij en Kulli. Hoe we ingeleid werden in deze subcultuur door de Duitse Thomas, die ons hielp met onze eerste schreden te water. Over de hoeveelheden light bier die ik naar binnen heb gewerkt terwijl Kulli aan de cocktails was, maar dat het jammer genoeg geen Mango seizoen was. Over de avonturen met gestolen, of was het verloren, telefoons, over mijn activiteiten in het zwarte wisselcircuit en de boeken die ik heb gelezen terwijl ik mijn strandstoel steeds een paar centimeter richting schaduw verplaatste, maar twee weken Venezuela is vervloeid in een soortement van gelukzalig gevoel terugdenkend aan deze vakantie. We zijn nog drie dagen naar Caracas geweest, ondanks de waarschuwingen van eenieder, maar Sigfredo en Santos hebben ons de stad laten zien, de bergen, de parades, de protesten en de rellen.
In Estland aangekomen was het al weer gauw over op de orde van de dag. Ik had in Venezuela, die ene keer dat ik mijn email checkte, je blijft freelancer nietwaar, een berichtje ontvangen van de Blauwe Barracuda’s. Diezelfde, die me een maand daarvoor beleefd niet aannamen voor een baan als designer. Het tij was klaarblijkelijk gekeerd en ik kreeg die baan nu, in principe, op een presenteerblaadje aangeboden. Ik was vrij snel over mijn gekrenkte trots heen.
Vorige week maandag was mijn eerste dag. Het is een leuk jongensclubje, zes man, hele geschikte kerels, die allemaal achter schermen zitten, snoeiharde muziek draaien en de hele dag computer spelletjes spelen en cola drinken. Ondertussen komt er nu en dan een opdracht binnen die a la minute afgemaakt moet worden. Deadlines van 20 minuten ofzo. Ze hebben een redelijk indrukwekkende staat van dienst: TGI Fridays, Dunkin Donuts, T-mobile, Xerox. Ik ben de enige ontwerper in Tallinn, voor de rest zijn het allemaal analysten, html’er, action scripters en weet ik veel wat. Ik heb geen idee waar hun de hele dag zo druk mee bezig zijn, iets met internet, maar als zij het zelf weten, dan lijkt me dat afdoende. Als ik het vraag krijg ik een stortvloed van termen en afkortingen en lange zinnen met woorden waar ik nog nooit van heb gehoord en verhalen die ik echt, absoluut niet begrijp. Het zijn een beetje tovenaars. Als ik een probleem heb met mijn computer, dan zijn zij in staat om in een soort van geheimtaal dat binnen twintig seconden op te lossen.
Zoals mijn baas zei: ik heb een te hoge opleiding genoten voor dit soort werk waar ik nu mee bezig ben. Een beetje photoshoppen, spatieringen aanpassen, plaatjes plakken, zo nu en dan een compositie aanpassen. Maar ik vind het voorlopig niet erg, omdat er in de toekomst ruimte is in de organisatie voor een daadwerkelijke ontwerper, art director. In de tussentijd kan ik mooi mijn computerkennis aanscherpen en fijn experimenteren met websites bouwen en Flash leren.
Iets minder leuk, was om mijn schooltje te vertellen dat ik ermee ophield. Gelukkig had ik al eerder aanggegeven dat ik niet helemaal happy was met mijn baan, dus het kwam niet echt onverwachts. Ik vertelde mijn baas, dat het voor iedereen, en vooral voor de kinderen beter was als er een capabele leraar Engels in mijn plek zou komen. Tot 1 december ren ik op en neer van de binnenstad naar de haven om beide jobs te combineren. Daarna kan ik me fulltime richten op mijn toekomstige baan als ontwerper.
Het is wel cru, want uiteindelijk heb ik nu het idee dat ik de kinderen echt bereik. Ze zijn rustiger, luisteren soms echt naar me en doen tegenwoordig hun huiswerk. Maar ik heb geen plezier in het vak, terwijl ik vol enthouisisasme naar de Blauwe Barracuda’s ga. Ik houd wel mijn kunstklasjes aan, de BB starten pas om 11 uur ’s ochtends en houden ermee op rond 1930, omdat zij dezelfde klok aanhouden als in London, waar hun hoofdkwartier zit, dus ik kan prima van 9 tot 10 die twee dagen in de week, mijn kinderen blijven onderwijzen in de meer schone zaken des levens. Want daar heb ik dan weer wel lol aan.
Het thuisfront heeft er nog even moeite mee, dat ik zo laat in de avond pas arriveer in verband met het eten, maar daar vinden we logistiek gezien, vast wel een oplossing voor. Op de Drie Weitjes aten we ook zelden voor acht uur.
Het duurt eventjes, maar ik heb het dus eigenlijk uitstekend naar mijn zin, alles lijkt een beetje te gaan kloppen met de vooruitzichten die ik voor ogen had voor vertrek. Samenwonen met mijn lief, een leuke baan met attractief salaris ( voor Estse begrippen) , een warm nest en plezier met mijn dames. Zo nu en dan een illustratie opdrachtje, mijn atelier houd ik aan voor die avonden en weekends dat ik wil schilderen. En mijn auto rijdt nog steeds, met ests nummerplaat, en voor het eerst in zijn leven op winterbanden..

